Verkrachting definitie

Artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht luidt als volgt:

Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt als schuldig aan verkrachting gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Als men naar de tekst van de wet kijkt, zou bij een letterlijke interpretatie ook een tongzoen onder het seksueel binnendringen van het lichaam kunnen worden verstaan. In het normale taalgebruik denkt men echter bij verkrachting voornamelijk aan gedwongen geslachtsgemeenschap.

12 maart 2013
Hoge Raad

De eisen van rechtszekerheid staan er niet aan in de weg dat, hoewel een tongzoen op zichzelf wel het binnendringen van het lichaam met een seksuele strekking oplevert, deze in redelijkheid niet op één lijn kan worden gesteld met geslachtsgemeenschap of een wat de ernst van de inbreuk op de seksuele integriteit daarmee vergelijkbare gedraging, zodat een afgedwongen tongzoen voortaan niet meer als “verkrachting” i.d.z.v. art. 242 Sr kan worden gekwalificeerd.

uitspraak

Hiermee komt de Hoge Raad terug op haar eigen arrest uit 1998 waarin zij oordeelde dat het zonder instemming geven van een tongzoen viel aan te merken als gedwongen penetratie of andere vormen van seksuele binnendringing. Dit arrest werd destijds kritisch ontvangen wegens de vergaande extensieve interpretatie die de Hoge Raad toepaste op de tekst van de strafbepaling.

Mr. Klaas Rozemond heeft omtrent deze discussie een interessant stuk geschreven in RM Themis. Hieronder een citaat.

In het Tongzoen-arrest besliste de Hoge Raad dat een tongzoen onder het begrip 'seksueel binnendringen van het lichaam' in de zin van art. 242 Sr kan vallen.2 Ter onderbouwing van deze beslissing verwees de Hoge Raad naar eerdere rechtspraak waarin de term 'seksueel binnendringen' was uitgelegd als ieder binnendringen van het lichaam met een seksuele strekking.3 De Hoge Raad wierp in het Tongzoen-arrest de vraag op of een uitzondering moet worden gemaakt voor de gevallen waarin het binnendringen van het lichaam niet gelijkgesteld kan worden aan het binnendringen met een lichaamsdeel in anus of vagina. De Hoge Raad beantwoordde deze vraag ontkennend. De wetsgeschiedenis dwingt volgens de Hoge Raad tot de opvatting dat de wetgever geen beperking heeft willen aanbrengen in de wijze waarop het lichaam is binnengedrongen.
Ook de ratio van art. 242 Sr wijst volgens de Hoge Raad in die richting. Ogenschijnlijk minder ernstige vormen van binnendringen van het lichaam met een seksuele strekking kunnen als een ingrijpen de aantasting van de lichamelijke integriteit worden ervaren en kunnen even kwetsend zijn als gedwongen geslachtsgemeenschap. Gelet op de wetsgeschiedenis en de ratio van de bepaling kan de toepasselijkbeid van art. 242 Sr niet afhankelijk worden gesteld van de wijze waarop het lichaam is binnengedrongen en de aard en ernst daarvan. Een dergelijke differentiatie zou ook op gespannen voet staan met de eisen die vanuit een oogpunt van rechtszekerheid aan de afgrenzing van de betreffende bepaling moeten worden gesteld, aldus de Hoge Raad.