Categorie: Internetrecht

Rectificatie op facebook vastgepind houden

19-6-2018
Rechtbank Limburg (zit Maastricht) (kort-geding) – uitspraak

Een vrouw heeft een Facebook-pagina waarop minderbedeelden geholpen worden door gratis kleding en huisraad te verstrekken. Eind 2016 leert zij gedaagde kennen, welk contact half 2017 onwenselijk wordt. De vrouw vordert inzake een contact- en straatverbod o.a.:

te bepalen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gehouden is om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de onder randnummer 18 van de dagvaarding geformuleerde rectificatie op zijn Facebookpagina te plaatsen en aldaar voor de duur van ten minste 30 dagen vastgepind te houden, alsmede te bepalen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gehouden is om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis zorg te dragen voor publicatie van de onder randnummer 18 van de dagvaarding geformuleerde rectificatie in een regionaal dagblad,

4.13. Door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zijn ter staving van haar vorderingen een groot aantal screenshots van whatsappjes, Facebook berichten, Marktplaats berichten, e-mails en andere berichten overgelegd, die deels onvolledig dan wel ongedateerd zijn. Aldus valt niet altijd uit de berichten op te maken uit welke periode zij stammen. Bij het lezen van die appjes en e-mails, die niet door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gemotiveerd zijn weersproken, ontstaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het beeld van iemand die het ene moment toenadering zoekt en het andere moment hard uithaalt en heftige uitlatingen doet. Uitlatingen zoals ‘vies laag labiel dik psycho wijf met je senioren grot!’, ‘labiele narcistische pathalogische leugenachtige neppe snol..’, ‘Herken mezelf in jou… we zijn toch ook echt 1’, ‘als je wilt dat ik jou hele fb volgooi met bv foto van jou en [naam ex] ..jou en je turkje.. kan je het krijgen labiel klein kind dat je bent.. zwakzinnig ben je!’. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] probeert ook anderen in de discussie over wat er zich tussen hem en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (volgens hem) afspeelt te betrekken, zo blijkt uit het overgelegde berichtenverkeer. Ook laat hij zich jegens die anderen negatief uit over [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de trant van ‘de helft van de donaties stopt ze ook in haar eigen zakken’ ‘ze heeft me gebrainwashed en gepaait met zogenaamde liefde en sex – walg van haar en net zoals leden als jou die daarin trappen!’

4.17.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert onder 7 dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de navolgende rectificatie plaatst en deze ten minste 30 dagen op zijn Facebookpagina vastgepind houdt en zorg draagt voor publicatie in een regionaal dagblad:

‘Rectificatie op last van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht: Sedert mei 2017 heb ik, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , onder meer op diverse Facebookpagina’s verschillende beledigende, lasterlijke en smadelijke uitlatingen over mevrouw [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gedaan, waarvan de strekking is dat mevrouw [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] mensen oplicht en te pas en te onpas met vreemde mannen geslachtsverkeer zou hebben. Zulks terwijl ik wist dat deze uitlatingen aan het adres van mevrouw [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet op de waarheid zijn gebaseerd. Ik neem deze uitlatingen bij dezen terug en verzoek u deze als zijnde niet gedaan te beschouwen’.

5.5.
verbiedt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor de duur van één jaar vanaf de betekening van dit vonnis om nog langer enig bericht omtrent eiseres online te zetten, en beveelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] reeds geplaatste berichten te verwijderen en verwijderd te houden, onder verbeurte van een dwangsom van € 100,- voor iedere keer dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dit verbod overtreedt, met een maximum van € 1.500,-,

5.6.
bepaalt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gehouden is om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de onder 4.17 geformuleerde rectificatie op zijn Facebookpagina te plaatsen en aldaar voor de duur van ten minste 30 dagen vastgepind te houden, en bepaalt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gehouden is om binnen 24 uur na berekening van dit vonnis zorg te dragen voor publicatie van de onder 4.17 geformuleerde rectificatie in een regionaal dagblad,

Vader (zonder gezag) mag geen foto’s van minderjarige op facebook plaatsen

18-9-2017
Rechtbank Overijssel – uitspraak

5.11 Wat betreft het gebruik van social media overweegt de rechtbank dat het in het huidige digitale tijdperk gebruikelijk is om allerlei zaken via internet, bijvoorbeeld op Facebook, Instagram of WhatsApp te delen. Dat vader af en toe foto’s van [minderjarige] op Facebook wil plaatsen kan de rechtbank dan ook begrijpen. Echter, op het moment dat een foto op Facebook staat, is deze eigendom van Facebook. Facebook kan de foto bijvoorbeeld doorverkopen aan derden. Zo kan het zijn dat een foto opeens opduikt in een reclamecampagne of voor andere doeleinden wordt gebruikt. Degene die de foto heeft geplaatst heeft er dan geen controle meer over. Dat is ook moeders bezwaar. Zij is principieel tegen het plaatsen van foto’s van [minderjarige] op het internet via social media. De rechtbank deelt het standpunt van de Raad dat ouders van ver zijn gekomen. Na een lange en moeizame weg zijn zij er uiteindelijk in geslaagd om overeenstemming te bereiken over hun geschilpunten. Zij hebben de erkenning van [minderjarige] door vader in onderling overleg geregeld, waardoor een DNA-onderzoek niet meer nodig is, en zij hebben beiden ingestemd met het raadsadvies betreffende een omgangsregeling tussen vader en [minderjarige] . Het mag dan niet zo zijn dat het plaatsen van foto’s van [minderjarige] op Facebook een -nieuw- struikelblok vormt. De rechtbank is van oordeel dat, nu moeder als de gezaghebbende ouder tegen het plaatsen van foto’s van [minderjarige] op social media is, vader daarvan moet afzien.

Mediaspeler met voorgeïnstalleerde add-ons met hyperlinks naar illegale streams vormt ‘mededeling aan het publiek’

26 april 2017
Hof van Justitie van de Europese Unie – uitspraak

1) Het begrip „mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3, lid 1 [InfoSocRl], moet aldus worden uitgelegd dat het van toepassing is op de verkoop van een mediaspeler als die in het hoofdgeding, waarop vooraf add‑ons zijn geïnstalleerd die op internet beschikbaar zijn en hyperlinks bevatten naar voor het publiek vrij toegankelijke websites waarop auteursrechtrechtelijk beschermde werken zonder toestemming van de rechthebbenden beschikbaar zijn gesteld.

Google en het recht om vergeten te worden

Ruim twee decennia geleden had Mario Costeja Gonzále schulden, waarop een veiling van zijn huis werd aangekondigd in een Spaanse krant van 19 januari 1998.

Deze krant heeft een online archief waarop deze parel uit Mario’s verleden anno 2017 nog immer te raadplegen is.

Google indexeert de site van de krant, inclusief het archief, wat tot gevolgd heeft dat bij het zoeken op Mario’s naam, dit stukje geschiedenis weer naar boven komt.

Op een gegeven moment vond Mario het welletjes, en vorderde dat Google niet meer naar de krant zou verwijzen wanneer men zocht op zijn naam.

Het Hof van Justitie heeft hierop geoordeeld dat Google bij zoeken op Mario’s naam in de zoekresultaten de link naar de (oude) krant niet meer mocht tonen.

Vreemd is, dat de Spaanse krant de gewraakte pagina niet offline hoeft te halen. Het probleem wordt dus niet bij de bron aangepakt. Zoekmachines krijgen dus een soort beheerder-functie opgelegd.

Jurisprudentie

20-3-2018
Rechtbank Limburg – uitspraak

27 februari 2017
Hoge Raad – uitspraak

Hof heeft geen of onjuiste belangenafweging toegepast. Doorverwijzing.

31 maart 2015
Gerechtshof Amsterdam – uitspraak

Zoekresultaten betreffende veroordeelde criminelen hoeft Google niet te verwijderen.

8 mei 2015

Uit Google’s transparantierapport blijkt dat Google op moment van schrijven zo’n 20.000 url’s heeft verwijderd na verzoeken daartoe van Nederlanders. (tweakers)

21 september 2015

Franse privacywaakhond CNIL heeft besloten dat Google pagina’s die onder het ‘recht om vergeten te worden’ zijn verwijderd, op al zijn internationale sites moet verbergen. (nu.nl)

Embedden (inline-linken, framen)

Embedden betekent dat op een webpagina gegevens worden getoond, welke afkomstig zijn van de server van een andere website.

Zo is de navolgende afbeelding van een schoen geëmbed. Deze is afkomstig van (een server van) rechtspraak.nl.

Een afbeelding van een andere website kan worden geëmbed met de volgende html-code:
<img src=”http://www.andere-website.nl/plaatje.jpg” />

Tevens kan een gehele website worden ingesloten met:
<iframe src=”http://www.andere-website.nl”></iframe>

Zeker bij het embedden van afbeeldingen, is het voor de gemiddelde bezoeker nauwelijks waarneembaar dat deze afkomstig is van een andere website. Hierdoor zie ik een groot verschil met de traditionele hyperlink, waarbij men overduidelijk wordt doorgestuurd naar een andere website. Als u bijvoorbeeld hier klikt, gaat u naar rechtspraak.nl.

(om het helemaal complex te maken; men kan van een geëmbedde afbeelding weer een hyperlink maken. Als u op de schoen hierboven klikt, gaat u naar nu.nl.)

Uitspraken en quotes

Hieronder:

  • Rb ‘s-Gravenhage – embedden is openbaarmaken – dec 2012
  • Bundesgerichtshof persbericht – mei 2013
  • Bundesgerichtshof – mei 2013
  • Egeler & Lodder: noot onder Buma/Nederland.fm
  • HvJ EU (Svensson) – feb 2014
  • HvJ EU: Conclusie Advocaat Generaal bij Geenstijl vs. Sanoma, Playboy – apr 2016
  • HvJ EU (Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker) – sep 2016
  • Dirk Visser over Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker – 8 sep 2016
  • Rb. Amsterdam (7-2018) – embedden plasfilmpje Paay is onrechtmatig

19 december 2012
Rechtbank ‘s-Gravenhage (Nederland.fm) – boek9

Embedden is openbaarmaken

4.3 (…) Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of gedaagde (mede)verantwoordelijk is voor die openbaarmaking in de situatie dat de browser van de gebruiker, na het klikken op een hyperlink op zijn radioportals, de radiostream rechtsreeks ophaalt bij de mediaservers van de radiostations. Naar het oordeel van de rechtbank moet die vraag bevestigend worden beantwoord omdat gedaagde zijn website zo heeft ingericht daar de gelinkt radiostreams worden beluisterd in het kader van zijn websites.

4.5. (…) De websites van Souren zijn namelijk andere audiovisuele producten dan de websites van de radiostations. Zij hebben daarom een ander publiek. Daarbij staat vast dat Buma/Stemra niet de bezoekers van de websites van Souren voor ogen heeft gehad, toen zij toestemming verleende voor de openbaarmaking van de muziekwerken door de radiostations. Buma/Stemra heeft uitdrukkelijk aangevoerd dat de licentie die zij de radiostations heeft verleend, geen toestemming inhoudt voor gebruik van de radiostreams in het kader van de websites van derden.

4.6. Dat gedaagde de radiostreams presenteert in het kader van zijn eigen websites is auteursrechtelijk relevant omdat hij op die manier de mogelijkheid schept om zelf profijt te trekken uit de radiostreams en de daarin opgenomen muziekwerken. In feite eigent gedaagde zich door zijn handelswijze de mogelijkheid toe om de muziekwerken te exploiteren. Gedaagde maakt ook gebruik van die mogelijkheid. Op de homepage van zijn websites worden namelijk advertenties gepresenteerd. Vanwege de genoemde inrichting van zijn websites, blijven die advertenties zichtbaar tijdens het afspelen van de radiostreams. Aldus genereert gedaagde inkomsten mede met de auteursrechtelijk beschermde muziekwerken van de bij Buma Stemra aangesloten partijen.


16 mei 2013
Duitsland Bundesgerichtshof (Die Realität) – bundesgerichtshof.de persbericht (pdf)

Embedden is geen openbaarmaking, toch even navragen bij het Europese Hof

Das Berufungsgericht hat zwar – so der Bundesgerichtshof – mit Recht angenommen, dass die bloße Verknüpfung eines auf einer fremden Internetseite bereitgehaltenen Werkes mit der eigenen Internetseite im Wege des „Framing“ grundsätzlich kein öffentliches Zugänglichmachen im Sinne des § 19a UrhG darstellt, weil allein der Inhaber der fremden Internetseite darüber entscheidet, ob das auf seiner Internetseite bereitgehaltene Werk der Öffentlichkeit zugänglich bleibt. Eine solche Verknüpfung könnte jedoch bei einer im Blick auf Art. 3 Abs. 1 der Richtlinie 2001/29/EG zur Harmonisierung bestimmter Aspekte des Urheberrechts und der verwandten Schutzrechte in der Informationsgesellschaft gebotenen richtlinienkonformen Auslegung des § 15 Abs. 2 UrhG ein unbenanntes Verwertungsrecht der öffentlichen Wiedergabe verletzen. Der Bundesgerichtshof hat dem Gerichtshof der Europäischen Union daher die – auch unter Berücksichtigung der Rechtsprechung des Gerichtshofs nicht zweifelsfrei zu beantwortende – Frage vorgelegt, ob bei der hier in Rede stehenden Einbettung eines auf einer fremden Internetseite öffentlich zugänglich gemachten fremden Werkes in eine eigene Internetseite eine öffentliche Wiedergabe im Sinne des Art. 3 Abs. 1 der Richtlinie 2001/29/EG vorliegt.


16 mei 2013
Duitsland – Bundesgerichtshof (Die Realität) bundesgerichtshof.de (pdf)

Embedden is geen openbaarmaking krachtens art. 19a UrhG (auteurswet), maar eventueel wel krachtens het algemene art. 15 UrhG in het licht van art. 3, lid 1 Richtlijn 2001/29/EG. Prejudiciële vragen aan het Europese Hof.

Het BGH oordeelt dat embedden naar vaste rechtspraak geen ‘openlijk toegankelijkmaken’ in de zin van artikel 19a UrhG oplevert:

7. 2. Das Berufungsgericht hat zutreffend angenommen, dass die Wiedergabe des in Rede stehenden Films auf der Internetseite der Beklagten im Wege des „Framing“ nach der Rechtsprechung des Senats kein öffentliches Zugänglichmachen im Sinne des § 19a UrhG darstellt.

Dat artikel vereist naar vaste rechtspraak dat (aan) derden de toegang tot het werk geopend wordt, dat zich in de macht van de inbreukmaker bevindt:

8. Die Vorschrift des § 19a UrhG, die Art. 3 Abs. 1 der Richtlinie 2001/29/EG ins nationale Recht umsetzt, erfordert nach der Rechtsprechung des Senats, dass Dritten der Zugriff auf ein urheberrechtlich geschütztes Werk eröffnet wird, das sich in der Zugriffssphäre des Vorhaltenden befindet (vgl. BGH, Urteil vom 22. April 2009 – I ZR 216/06, GRUR 2009, 845 Rn. 27 = WRP 2009, 1001 – Internet-Videorecorder I; Urteil vom 20. Mai 2009 – I ZR 239/06, GRUR 2009, 864 Rn. 16 = WRP 2009, 1143 – CAD-Software; Urteil vom 29. April 2010 – I ZR 69/08, GRUR 2010, 628 Rn. 19 = WRP 2010, 916 – Vorschaubilder I; Urteil vom 29. April 2010 – I ZR 39/08, GRUR 2011, 56 Rn. 23 = WRP 2011, 88 – Session-ID).

Embedden levert geen ‘openlijk toegankelijkmaken’ op, aangezien alleen de houder van de bron-website erover beslist, of het werk voor de openbaarheid toegankelijk blijft.

9. Die bloße Verknüpfung eines auf einer fremden Internetseite bereitgehaltenen Werkes mit der eigenen Internetseite im Wege des „Framing“ stellt danach grundsätzlich kein öffentliches Zugänglichmachen dar, weil allein der Inhaber der fremden Internetseite darüber entscheidet, ob das auf seiner Internetseite bereitgehaltene Werk für die Öffentlichkeit zugänglich bleibt. Entgegen der Ansicht der Revision kommt es insoweit nicht darauf an, ob die Beklagten sich den Film durch Einbettung in ihre Webseiten zu eigen gemacht haben. Das Recht des öffentlichen Zugänglichmachens wird nicht verletzt, wenn der für einen Internetauftritt Verantwortliche nur den – tatsächlich unzutreffenden – Eindruck erweckt, er halte selbst das Werk zum Abruf bereit. Der Tatbestand einer urheberrechtlichen Nutzungshandlung wird allein durch die Vornahme der Nutzungshandlung erfüllt und nicht dadurch, dass deren Merkmale vorgetäuscht werden (vgl. OLG Köln, GRUR-RR 2013, 49 f.; v. Ungern-Sternberg in Schricker/Loewenheim, Urheberrecht, 4. Aufl., § 19a UrhG Rn. 46; Bullinger in Wandtke/Bullinger, Urheberrecht, 3. Aufl., § 19a UrhG Rn. 29; Ott, ZUM 2004, 357, 363 f.; ders., MMR 2007, 260, 263 f.; ders., ZUM 2008, 556, 559; Conrad, CR 2013, 305, 314; vgl. auch OLG Köln, MMR 2012, 552; aA OLG Düsseldorf, ZUM 2012, 327, 328; LG München I, ZUM 2007, 224, 225 ff.; ZUM 2013, 230, 234 f.; Schulze, ZUM 2011, 2, 10; Reinemann/Remmertz, ZUM 2012, 216, 222 f. und 226; vgl. auch v. Lewinski/Walter in Walter/v. Lewinski, European Copyright Law, 2010, Rn. 11.3.35).

Wel zou de weergave van het werk via het embedden volgens het BGH een onbenoemd exploitatierecht van ‘openlijke weergave’ kunnen schaden krachtens art. 15 lid 2 UrhG, wanneer dit artikel richtlijnconform wordt uitgelegd.

10 3. Die Wiedergabe des Films auf der Internetseite der Beklagten im Wege des „Framing“ könnte jedoch bei einer im Blick auf Art. 3 Abs. 1 der Richtlinie 2001/29/EG gebotenen richtlinienkonformen Auslegung des § 15 Abs. 2 UrhG ein unbenanntes Verwertungsrecht der öffentlichen Wiedergabe verletzen (Ott, Urheber- und wettbewerbsrechtliche Probleme von Linking und Framing, 2004, S. 330 ff.; ders., ZUM 2004, 357, 364; ders., MMR 2007, 260, 264 f.; ders., ZUM 2008, 556, 560; aA v. Ungern-Sternberg in Schricker/Loewenheim aaO § 15 UrhG Rn. 27; vgl. auch Schulze in Dreier/Schulze, UrhG, 4. Aufl., § 16 Rn. 14; Dustmann in Fromm/Nordemann, Urheberrecht, 10. Aufl., § 16 UrhG Rn. 30; zur praktischen Relevanz des Problems siehe Ullrich, ZUM 2010, 853 ff.; zur Rechtslage im US-amerikanischen Recht vgl. Lunardi, 19 Fordham Intellectual Property Media & Entertainment Law Journal 1077 ff.).

Artikel 15, lid 2, onder 1 UhrG is het – niet-limitatieve – kapstokartikel omtrent openbaarmaking in het Duitse recht.

11. a) Gemäß § 15 Abs. 2 Satz 1 UrhG hat der Urheber das ausschließliche Recht, sein Werk in unkörperlicher Form öffentlich wiederzugeben (Recht der öffentlichen Wiedergabe). Dieses Recht umfasst nach § 15 Abs. 2 Satz 2 UrhG insbesondere das Vortrags-, Aufführungs- und Vorführungsrecht (§ 19 UrhG), das Recht der öffentlichen Zugänglichmachung (§ 19a UrhG), das Senderecht (§ 20 UrhG), das Recht der Wiedergabe durch Bild- oder Tonträger (§ 21 UrhG) sowie das Recht der Wiedergabe von Funksendungen und der öffentlichen Zugänglichmachung (§ 22 UrhG). Die Vorschrift des § 15 Abs. 2 UrhG enthält keine abschließende, sondern eine beispielhafte („insbesondere“) Aufzählung der dem Urheber vorbehaltenen Verwertungsrechte und lässt daher die Anerken-nung unbenannter Verwertungsrechte der öffentlichen Wiedergabe zu (vgl. BGH, Urteil vom 17. Juli 2003 – I ZR 259/00, BGHZ 156, 1, 13 = GRUR 2003, 958 – Paperboy; v. Ungern-Sternberg in Schricker/Loewenheim aaO § 19a UrhG Rn. 22).


mei 2013
Egeler & Lodder: noot onder Buma/Nederland.fm – pdf

In dit stuk wordt m.i. te weinig onderscheid gemaakt tussen traditioneel hyperlinken en embedden.


13 februari 2014
Hof van Justitie EU (Svensson) uitspraak

Het Hof oordeelt dat een link weliswaar een mededeling is, maar doorgaans geen ‘nieuw publiek’ bereikt. Wanneer men iets (openbaar) op het internet plaatst worden immers potentieel reeds alle internetters bereikt.

Dan zegt het Hof iets over embedden:

Deze vaststelling wordt niet op losse schroeven gezet indien de verwijzende rechter zou vaststellen – hetgeen niet duidelijk blijkt uit het dossier – dat wanneer de internetgebruikers op de betrokken link klikken, het werk verschijnt en daarbij de indruk wordt gewekt dat het wordt getoond op de website waar de link zich bevindt, terwijl dit werk in werkelijkheid afkomstig is van een andere website.

De zinsnede “de indruk wordt gewekt dat het wordt getoond op de website” in slecht geformuleerd. Iets wordt getoond, of iets wordt niet getoond. Bedoeld wordt dat de indruk wordt gewekt dat het werk afkomstig is van dezelfde site/server waarop zich de link bevindt. Dit is het geval bij Nederland.fm.

Deze bijkomende omstandigheid wijzigt immers niets aan de vaststelling dat het plaatsen op een website van een aanklikbare link naar een beschermd werk dat op een andere website is bekendgemaakt en vrij toegankelijk is, tot gevolg heeft dat dit werk ter beschikking van de gebruikers van eerstgenoemde website wordt gesteld en dus een mededeling aan het publiek vormt. Aangezien het niet gaat om een nieuw publiek, is evenwel in elk geval de toestemming van de houders van het auteursrecht niet vereist voor een dergelijke mededeling aan het publiek.

Het is natuurlijk een ander verhaal wanneer beperkingsmaatregelen worden omzeild.

Indien daarentegen een aanklikbare link de gebruikers van de website waarop deze link zich bevindt, in staat stelt om beperkingsmaatregelen te omzeilen die op de website waar het beschermde werk zich bevindt zijn getroffen teneinde de toegang van het publiek te beperken tot de abonnees ervan, en aldus een interventie vormt zonder welke die gebruikers niet zouden kunnen beschikken over de verspreide werken, dienen al deze gebruikers te worden beschouwd als een nieuw publiek dat door de houders van het auteursrecht niet in aanmerking werd genomen toen deze toestemming verleenden voor de oorspronkelijke mededeling, zodat de toestemming van de houders vereist is voor een dergelijke mededeling aan het publiek. Dit is met name het geval wanneer het werk niet meer beschikbaar is voor het publiek op de website waarop het oorspronkelijk werd medegedeeld of wanneer het thans op die website enkel beschikbaar is voor een beperkt publiek, terwijl het op een andere website toegankelijk is zonder toestemming van de houders van het auteursrecht.

Ik vraag mij af of een beveiligingsmaatregelen welke door een eenvoudige link omzeild kunnen worden, wel de titel ‘beveiligingsmaatregelen’ mogen dragen.


8 september 2016
Dirk Visser – pdf


september 2016
Hof van Justitie EU (Geenstijl (van Sanoma) vs. Playboy & Britt Dekker) – uitspraak

Wat was de casus ook al weer? Een onbekende had op filefactory.com een bestand geplaatst met daarin de nog-niet-gepubliceerde naaktfoto’s van Britt Dekker.
Hof introduceert het element van winstoogmerk om uit te maken of een link een ‘mededeling aan het publiek’ oplevert.


25-7-2018
Rechtbank Amsterdam – uitspraak

GS Media heeft 1,5 uur op geenstijl.nl een plasseksfilmpje geëmbed dat door iemand op twitter was geplaatst. Onrechtmatige daad want faciliterende en aanjagende rol (mede wegens groot bereik). “Dat het materiaal door de gemiddelde internetter mogelijk ook zelf op eenvoudige wijze gevonden had kunnen worden maakt dit niet anders, al was het maar omdat niet gezegd is dat iedere al dan niet terloopse bezoeker van Geen Stijl.nl ook actief naar dit soort materiaal op zoek zou zijn gegaan. En zelfs als dat wél zo zou zijn — de vraag waarom dan nog linken dringt zich overigens op — dan is ook daarmee nog niet gegeven dat het plaatsen van een link naar een filmpje als hier aan de orde niet onrechtmatig kan zijn.”

Maar journalistieke vrijheid is daar waar die de belangen van anderen raakt niet onbegrensd, ook niet als een embedded hyperlink raakt aan een “discussie” (beter hier: aanwezige ophef) die in de publieke belangstelling staat (het zogenoemde “debate of general interest”). Nu GSMedia c.s. op werkelijk geen enkele manier de rechtbank heeft kunnen overtuigen dat het aan de kaak stellen van de gewraakte hypocrisie – bij anderen(!) – óók het plaatsen van de embedded hyperlink naar het filmpje met [eiseres] rechtvaardigde, in die zin dat de belangen van [eiseres] daarvoor moesten wijken, is daarmee in dit geding komen vast te staan dat GSMedia c.s. op ontoelaatbare wijze een grens heeft overschreden. Dat [eiseres] een bekend persoon is, en mogelijk in het verleden in de openbaarheid in meer of mindere mate (seksueel) vrijgevochten gedrag heeft vertoond, maakt dit niet anders. Het is nog steeds aan haar zelf of en zo ja, in welke mate, zij haar intieme privésfeer – waarvan hier onbetwist sprake is – wil delen met het publiek, ook als zij die zelf laat filmen en zij mogelijk zelf betrokken is bij verspreiding in eigen gekozen – en dus beperkte – kring.

Links, (hyperlinks, deeplinks)

Wat is een link?

Een link (hyperlink, deeplink) is een verwijzing naar pagina of bestand op het internet. In html kan deze gemaakt worden met de volgende code:

<a href=”http://www.voorbeeld.nl”>klik hier</a>.

Juridisch interessant zijn vooral de links die verwijzen naar een webpagina/bestand op een ándere website/server. (Knoppen waarmee men binnen een website kan navigeren zijn ook links).

Een vórm van linken is het embedden (framen, inline linken). Hierbij worden er gegevens van een andere website, direct op de eigen website getoond. Die gegevens lijken onderdeel te zijn van de éigen website. Voor het leeuwendeel van het internetpubliek is het nauwelijks waarneembaar dat die gegevens van elders komen. Vanwege dit m.i. afwijkende karakter t.o.v. de traditionele link, behandel ik deze vorm van ‘linken’ apart op mijn pagina over embedden.

Juridische kwalificatie

Links raken twee vormen van recht, te weten het auteursrecht en het vangnet uit het commune recht; de onrechtmatige daad.

Auteursrecht

Het auteursrecht geeft de rechthebbende het exclusieve recht zijn werk te verveelvoudigen en/of openbaar te maken.

Verveelvoudiging

In de praktijk is een link nooit een verveelvoudiging. Een link is zélf namelijk nooit een kopie van een werk. Een link is ‘slechts’ een verwíjzing naar een pagina/bestand die op zíjn beurt een werk kan bevatten.

Openbaarmaking

Het plaatsen van een beschermde tekst of afbeelding op een webpagina levert een auteursrechtelijke openbaarmaking op. Ook het plaatsen van een bestand (met daarin een beschermd werk) op een server levert een openbaarmaking op. Of het línken naar andermans webpagina, afbeelding of (ander) bestand een openbaarmaking kan opleveren, staat ter discussie.

In het Europese recht wordt i.p.v. ‘openbaarmaking’ gewerkt met het begrip ‘mededeling aan het publiek’. Mocht iets reeds op het internet staan, dan levert een link daarnaartoe volgens het Europese Hof slechts een auteursrechtinbreuk op, indien met die link een nieuw publiek wordt bereikt. Het begrip ‘nieuw publiek’ kan objectief en subjectief worden ingevuld.

In de objectieve leer is de feitelijke toegankelijkheid doorslaggevend. Wanneer men iets op het internet zet kan het gehele internetpubliek daar bij. Hierdoor zal een línk náár zoiets nimmer een ‘nieuw’ publiek kunnen bereiken.

In de subjectieve leer is doorslaggevend voor welk publiek toestemming is verleend door de rechthebbende. Begin 2014 koos het Europese Hof in Svensson voor deze leer. Autoriteit Dirk Visser voorspelde dat het Europese Hof deze leer zou hanteren:

[…] Het gaat om de vraag voor welk publiek toestemming was gegeven. Als iets met toestemming feitelijk voor iedereen toegankelijk op internet staat, dan wordt met hyperlinken geen nieuw publiek bereikt. Als het er zonder toestemming staat wordt er door hyperlinken wél een nieuw publiek bereikt. […]

Toepassing van deze leer leidt tot de volgende consequentie(s).

Stel iemand registreert www.playboy-fotos-britt-dekker.ru en plaatst daar (zónder toestemming van de rechthebbende) Playboy foto’s. Deze laat de website voorts indexeren door Google. De website wordt al snel goed gevonden in Google en scoort hoog. Volgens de subjectieve leer is het dan zo dat bijvoorbeeld nu.nl tóch een inbreukmakende mededeling/openbaarmaking doet, wanneer een link wordt opgenomen die verwijst naar de website.

Deze uitkomst klinkt natuurlijk als muziek in de oren voor gedupeerde rechthebbenden en correspondeert met het hoge beschermingsniveau van de Auteursrechtrichtlijn. Wél wordt met deze invulling een behoorlijke afstand genomen van hetgeen men normaal gesproken verstaat onder woorden zoals ‘openbaarmaken’ en ‘een mededeling aan een (nieuw) publiek’.

Onrechtmatige daad

Een link kan een onrechtmatige daad opleveren, bijvoorbeeld wanneer auteursrechtinbreuk wordt gefaciliteerd. Dit was het geval bij de wiskunde-leraar die op z’n site links naar uitwerkingen verzamelde (welke inbreuk maakten op de auteursrechten van Noordhoff). M.i. is dít de weg om links naar evident inbreukmakend materiaal aan te pakken.

Uitspraken en quotes

Hieronder vindt u relevante passages uit gerechtelijke uitspraken over dit onderwerp (in omgekeerde chronologische volgorde).

  • Dirk Visser over: HvJ EU (Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker) – 13 sep 2016
  • HvJ EU (Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker) – 8 sep 2016
  • HvJ EU Conclusie AG (Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker) – 6 okt 2015
  • Hof Den Bosch (MyP2P) – jun 2015
  • Hoge Raad (Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker) – apr 2015
  • HvJ EU (Bestwater) – okt 2014
  • Hof Amsterdam (News Service Europe vs. BREIN) – aug 2014
  • HvJ EU (Svensson) – feb 2014
  • Hof Amsterdam (Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker) – nov 2013
  • Hof Amsterdam (leraar met links naar uitwerkingen) – jan 2013
  • European Copyright Society over ‘Svensson’ – jan 2013
  • Rechtbank Amsterdam (Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker) – sep 2012
  • Rechtbank Leeuwarden (Batavus/Bikemotion, link is geen verveelvoudiging) – 2003
  • Bundesgerichtshof (Paperboy) – 2003
  • Hoge Raad (El Cheapo) – 2002
  • Deense High Court (Link is openbaarmaking) – 2001
  • Rechtbank Rotterdam (Kranten.com, link is geen verveelvoudiging) – 2000

13 september 2016
Dirk Visser over: Hof van Justitie EU (Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker) – ie-forum

Visser markeert als belangrijkste dat het HvJ EU ‘kennis van illegaliteit’ van het gelinkte introduceert om te bepalen of sprake is van ‘een mededeling aan het publiek’.

8 september 2016
Hof van Justitie EU (Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker) – uitspraak

Link-plaatsers met een winstoogmerk zullen eerder (moeten) onderzoeken of iets illegaal op internet staat.

6 oktober 2015
Hof van Justitie EU – Conclusie AG (Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker) – uitspraak

Geen auteursrechtelijke relevante handeling want geen ‘mededeling’ en tevens onvoldoende duidelijk dat ‘nieuw publiek’ wordt bereikt.

54 […] maar ik meen dat de hyperlinks die leiden naar beschermde werken – zelfs als zij direct zijn – deze niet „beschikbaar stellen” aan een publiek wanneer zij al vrij toegankelijk zijn op een andere site, maar het vinden ervan louter faciliteren.

55. HvJ EU in Football Association Premier League nadruk gelegd op feit dat werk niet toegankelijk zu zijn voor gasten hotel zonder tussenkomst hotel om signaal aan tebieden middel tv-toestellen.

56. […] HvJ EU oordeelde in Footbal Assiciation Prem League dat eigenaar van een horecagelegenheid een „mededeling aan het publiek” verricht wanneer hij de in die horecagelegenheid aanwezige klanten bewust toegang tot een uitzending biedt die beschermde werken bevat, door middel van een televisiescherm en luidsprekers „waarbij die klanten zonder tussenkomst van die eigenaar niet van de uitgezonden werken kunnen genieten, ook al bevinden zij zich fysiek in het ontvangstgebied van die uitzending.

57. Daaruit volgt dat de interventie van de persoon die hyperlinks plaatst, voor de kwalificatie als handeling bestaande in een mededeling onontbeerlijk of cruciaal [vetmaking; mr. R. Hak] moet zijn om te profiteren of genieten van de werken.

Hyperlinks zien op alle potentiële gebruikers van de site, dus op onbepaald, vrij groot aantal potentiële ontvangers, dus op publiek.

Svensson eist echter een ‘nieuw’ publiek indien reeds toestemming bestaat aan het publiek. Die toestemming ontbreekt in casu, dus geen ‘nieuw publiek’.

70. Ingeval de foto’s voor alle internetgebruikers vrij beschikbaar waren op andere sites, was een dergelijke interventie van GS Media niet onontbeerlijk voor de beschikbaarstelling. Er was dus geen „nieuw publiek” en de vraag of de rechthebbende toestemming heeft gegeven voor de oorspronkelijke mededeling rijst niet.

30 juni 2015
Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (MyP2P vs. Premier League c.s.) – uitspraak

In deze zaak kon men op de website van MyP2P links vinden naar illegaal aangeboden digitale streams van beeldverslagen van sportwedstrijden. Bij het klikken op de link werd een apart scherm getoond met een andere URL dan die van MyP2P.

3 april 2015
Hoge Raad (Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker) – uitspraak

Inzake de link naar Filefactory waar de foto’s stonden stelt de Hoge Raad de volgende prejudiciële vragen.

1.a Is sprake van een ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van art. 3 lid 1 van Richtlijn 2001/29 wanneer een ander dan de auteursrechthebbende door middel van een hyperlink op een door hem beheerde website verwijst naar een door een derde beheerde, voor het algemene internetpubliek toegankelijke website, waarop het werk zonder toestemming van de rechthebbende beschikbaar is gesteld?

1.b Maakt het daarbij verschil of het werk ook anderszins niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld?

1.c Is van belang of de ‘hyperlinker’ op de hoogte is of behoort te zijn van het ontbreken van toestemming van de rechthebbende voor de plaatsing van het werk op de bij 1.a genoemde website van de derde en, in voorkomend geval, van de omstandigheid dat het werk ook anderszins niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld?

2.a Indien het antwoord op vraag 1.a ontkennend luidt: is in dat geval wél sprake van een mededeling aan het publiek, of kan daarvan sprake zijn, indien de website waarnaar de hyperlink verwijst, en daarmee het werk, voor het algemene internetpubliek weliswaar vindbaar is, maar niet eenvoudig, zodat het plaatsen van de hyperlink het vinden van het werk in hoge mate faciliteert?

2.b Is bij de beantwoording van vraag 2.a van belang of de ‘hyperlinker’ op de hoogte is of behoort te zijn van de omstandigheid dat de website waarnaar de hyperlink verwijst voor het algemene internetpubliek niet eenvoudig vindbaar is?

3. Zijn er andere omstandigheden waarmee rekening moet worden gehouden bij beantwoording van de vraag of sprake is van een mededeling aan het publiek indien door middel van een hyperlink toegang wordt verschaft tot een werk dat niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld?

21 oktober 2014
Hof van Justitie EU (Bestwater) – uitspraak

Beschikking en geen arrest, hetgeen waarvoor het Hof kiest als zij van oordeel is dat de vraag eenvoudig te beantwoorden is.

Door de koppeling van de film met hun internetsite verweiden de beklaagden de kring van potentiele geadresseerden niet.

Durch die Verknüpfung des Films mit ihrer Internetseite erweitern die Beklagten den Kreis der potentiellen Adressaten nicht.

Antwoord Hof:

De embedding van een op een website openlijk toegankelijk beschermd werk in een andere website middels een link onder gebruikmaking van de framing-techniek, hetgeen

Die Einbettung eines auf einer Website öffentlich zugänglichen geschützten Werkes in eine andere Website mittels eines Links unter Verwendung der Framing-Technik, wie sie im Ausgangsverfahren in Frage steht, allein stellt keine öffentliche Wiedergabe im Sinne von Art. 3 Abs. 1 der Richtlinien 2001/29/EG (…) dar, soweit das betreffende Werk weder für ein neues Publikum noch nach einem speziellen technischen Verfahren wiedergegeben wird, das sich von demjenigen der ursprünglichen Wiedergabe unterscheidet.

19 augustus 2014
Hof Amsterdam (News Service Europe vs. BREIN) – Online op Scridb – Pdf op Bureau Brandeis

Een tussenpersoon is niet aansprakelijk voor (auteursrecht)inbreuken door gebruikers. Hierdoor hoeft deze niet preventief te filteren. Wel dient deze een notice-and-takedown procedure te bieden.

13 februari 2014
Hof van Justitie EU (Svensson) – uitspraak

Plaatsen link is ‘mededeling’.

16. “Mededeling aan het publiek” verbindt twee cumulatieve elementen; “handeling bestaande in een mededeling” van een werk en de mededeling ervan aan een „publiek” (ITV Broadcasting e.a., C‑607/11, pt. 21 en 31). Die eerste moet ruim worden opgevat wegens hoog beschermingsniveau (pt. 17).

Dienaangaande vloeit uit artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 voort dat elke handeling bestaande in een mededeling van een werk aan het publiek moet worden toegestaan door de houder van het auteursrecht.

16 Aldus volgt uit deze bepaling dat het begrip mededeling aan het publiek twee cumulatieve elementen met elkaar verbindt, te weten een „handeling bestaande in een mededeling” van een werk en de mededeling ervan aan een „publiek” (zie in die zin arrest van 7 maart 2013, ITV Broadcasting e.a., C‑607/11, punten 21 en 31).

17 Het eerste van deze elementen, te weten het bestaan van een „handeling bestaande in een mededeling”, moet ruim worden opgevat (zie in die zin arrest van 4 oktober 2011, Football Association Premier League e.a., C‑403/08 en C‑429/08, Jurispr. blz. I‑9083, punt 193) teneinde – zoals met name voortvloeit uit de punten 4 en 9 van de considerans van richtlijn 2001/29 – een hoog beschermingsniveau te waarborgen aan de houders van een auteursrecht.

18 In casu dient erop te worden gewezen dat door het plaatsen op een website van aanklikbare links naar beschermde werken die zonder enige toegangsbeperking op een andere website zijn gepubliceerd, de gebruikers van eerstgenoemde website een directe toegang tot die werken wordt geboden.

19 Zoals volgt uit artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 is er met name reeds van een „handeling bestaande in een mededeling” sprake wanneer een werk op zodanige wijze voor het publiek beschikbaar wordt gesteld dat het voor de leden van dit publiek toegankelijk is, zonder dat van beslissend belang is of zij gebruikmaken van die mogelijkheid (zie naar analogie arrest van 7 december 2006, SGAE, C‑306/05, Jurispr. blz. I‑11519, punt 43).

20 Hieruit volgt dat, in omstandigheden als die in het hoofdgeding, het plaatsen van aanklikbare links naar beschermde werken moet worden aangemerkt als een „beschikbaarstelling” en derhalve als een „handeling bestaande in een mededeling” in de zin van die bepaling.

21 Wat het tweede van bovengenoemde elementen betreft, te weten dat het beschermde werk daadwerkelijk aan een „publiek” moet zijn medegedeeld, vloeit uit artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 voort dat het begrip „publiek” waarnaar deze bepaling verwijst, op een onbepaald aantal potentiële ontvangers ziet en overigens een vrij groot aantal personen impliceert (reeds aangehaalde arresten SGAE, punten 37 en 38, en ITV Broadcasting e.a., punt 32).

22 Een handeling bestaande in een mededeling zoals die welke door een websitebeheerder wordt verricht via aanklikbare links, ziet op alle potentiële gebruikers van de door deze persoon beheerde website, en dus op een onbepaald en vrij groot aantal ontvangers.

23 In deze omstandigheden dient te worden geoordeeld dat die beheerder een mededeling aan een publiek verricht.

24. Evenwel blijkt uit vaste rechtspraak dat een mededeling zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die dezelfde werken als de oorspronkelijke mededeling betreft en net als de oorspronkelijke mededeling via internet en dus op dezelfde technische wijze werd verricht, slechts onder het begrip „mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 valt wanneer deze mededeling gericht is tot een nieuw publiek, te weten een publiek dat door de houders van het auteursrecht niet in aanmerking werd genomen toen zij toestemming verleenden voor de oorspronkelijke mededeling aan het publiek (zie naar analogie arrest SGAE, reeds aangehaald, punten 40 en 42; beschikking van 18 maart 2010, Organismos Sillogikis Diacheirisis Dimiourgon Theatrikon kai Optikoakoustikon Ergon, C‑136/09, punt 38, en arrest ITV Broadcasting e.a., reeds aangehaald, punt 39).

In casu dient te worden vastgesteld dat de beschikbaarstelling van de betrokken werken via een aanklikbare link zoals in het hoofdgeding niet leidt tot een mededeling van de betrokken werken aan een nieuw publiek.

Er wordt (natuurlijk) wél een nieuw publiek bereikt wanneer de link een beveiliging omzeilt (zoals een inlog). Dit slaat m.i. echter niet op deeplinks, welke ook zonder inlog (wellicht onbedoeld) online zijn te raadplegen. Het is m.i. niet zo dat men enkel naar de home-page van andere websites mag verwijzen.

Indien daarentegen een aanklikbare link de gebruikers van de website waarop deze link zich bevindt, in staat stelt om beperkingsmaatregelen te omzeilen die op de website waar het beschermde werk zich bevindt zijn getroffen teneinde de toegang van het publiek te beperken tot de abonnees ervan, en aldus een interventie vormt zonder welke die gebruikers niet zouden kunnen beschikken over de verspreide werken, dienen al deze gebruikers te worden beschouwd als een nieuw publiek dat door de houders van het auteursrecht niet in aanmerking werd genomen toen deze toestemming verleenden voor de oorspronkelijke mededeling, zodat de toestemming van de houders vereist is voor een dergelijke mededeling aan het publiek. Dit is met name het geval wanneer het werk niet meer beschikbaar is voor het publiek op de website waarop het oorspronkelijk werd medegedeeld of wanneer het thans op die website enkel beschikbaar is voor een beperkt publiek, terwijl het op een andere website toegankelijk is zonder toestemming van de houders van het auteursrecht.

19 november 2013
Hof Amsterdam (Geenstijl vs. Sanoma, Playboy & Britt Dekker) – uitspraak

2.4.4 Het hof neemt tot uitgangspunt dat het internet in zijn huidige vorm een vrij, open en voor een ieder toegankelijk communicatienetwerk is. Degene die een werk op internet plaatst zodanig dat dit toegankelijk is voor het publiek (en daardoor mededeling doet aan het publiek in de zin van de Auteursrechtrichtlijn), is degene die dit werk ter beschikking stelt van het publiek en dus openbaart. Verwijzing met een hyperlink naar een aldus op een andere locatie openbaar gemaakt werk is niet veel anders dan met een voetnoot in een boek of tijdschriftartikel verwijzen naar een reeds gepubliceerd ander werk. Een zelfstandige manier van openbaar maken of van interventie daarbij is het geven van een hyperlink in dat geval in beginsel niet.

29 oktober 2013
Hof ‘s-Gravenhage (tussenarrest) – uitspraak – nu.nl

Edskes uploadde toch zelf bestanden en loog onder ede.

1.6. Op 15 februari 2010 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank ‘s-Gravenhage een ex parte beschikking afgegeven waarin hij oordeelt dat voorshands voldoende aannemelijk is geworden dat Edskes Real Alternative aanbiedt, dat Real Alternative verveelvoudigingen bevat van software waarop auteursrechten van Real Networks rusten en dat Edskes door het aanbieden van Real Alternative inbreuk maakt op de auteursrechten van Real Networks, De voorzieningenrechter heeft Edskes bevolen de openbaarmaking van Real Alternative te staken op straffe van verbeurte van een dwangsom. Voorts heeft hij Real Networks verlof verleend om conservatoir bewijsbeslag te leggen op alle schriftelijke en elektronische documenten waaruit de omvang van de inbreuk blijkt. Bepaald is dat de deurwaarder de beslagen documenten in gerechtelijke bewaring zal geven aan de aangewezen gerechtelijke bewaarder Digijuris.

15 januari 2013
Hof Amsterdam (leraar met links naar uitwerkingen op site) – uitspraak – forumpost van wiskundeleraar

Een hyperlink is geen openbaarmaking, maar in casu wel onrechtmatig

2.8 […] Nu niet vast staat dat [ Appellant ] de uitwerkingen zelf op internet heeft gezet en het evenmin door middel van bijzondere technische faciliteiten mogelijk maakte dat derden kennis konden nemen van de uitwerkingen maar slechts door een eenvoudige hyperlink de weg daarnaar wees, kan dit niet worden aangemerkt als openbaar maken in de zin van artikel 12 Aw. Volgens [ Appellant ] is het downloaden uit illegale bron toegestaan, zodat het faciliteren daarvan evenmin onrechtmatig is. Deze stelling van [ Appellant ] kan in zijn algemeenheid niet als juist worden aanvaard. De door [ Appellant ] geplaatste hyperlinks maken het voor derden mogelijk of in ieder geval veel eenvoudiger enthousiaste reacties in het gastenboek op de website van [ Appellant ] getuigen daarvan om de illegaal op het internet geopenbaarde uitwerkingen te vinden. [ Appellant ] heeft niet weten te concretiseren dat de uitwerkingen ook via zoekprogramma’s of andere links bereikbaar zijn, zodat het hof aan dat verweer, wat daar verder van zij, voorbij gaat. Dat [ Appellant ] door het plaatsen van de hyperlinks derden (in vergaande mate) behulpzaam is, is in dit geval in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt te achten. […]

januari 2013
European Copyright ‘Society’ over linken.
pdf op scribd.com

18 september 2012
Zweden – Gerechtshof (Svea hovrätt)

1) Is sprake van een mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn [2001/29] wanneer iemand anders dan de houder van het auteursrecht op een bepaald werk, op zijn website een aanklikbare link plaatst naar het werk?
2) Is het voor het antwoord op de eerste vraag relevant of het werk waarnaar de link verwijst, is geplaatst op een website waartoe iedereen zonder beperkingen toegang heeft dan wel of de toegang op enige wijze is beperkt?
3) Moet bij de beantwoording van de eerste vraag onderscheid worden gemaakt tussen gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, wordt getoond op een andere website, en gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, aldus wordt getoond dat de indruk wordt gewekt dat het op dezelfde website verschijnt?
4) Kan een lidstaat een ruimere bescherming bieden aan het uitsluitende recht van auteurs door onder het begrip ‚mededeling aan het publiek’ een groter aantal handelingen te verstaan dan die welke zijn genoemd in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29?

12 september 2012
Rechtbank Amsterdam (Geenstijl (van Sanoma) vs. Playboy & Britt Dekker) – uitspraak – boek9 – VERNIETIGD

Een hyperlink is geen openbaarmaking tenzij…

4.11 Het plaatsen van een hyperlink, die verwijst naar de locatie op het internet waar een bepaald werk voor publiek toegankelijk is gemaakt, is in beginsel geen zelfstandige openbaarmaking. De feitelijke terbeschikkingstelling aan het publiek vindt plaats op de website waar de hyperlink naar verwijst.

[…]

4.14. Bij het begrip ‘mededeling aan het publiek’ (artikel 3 van de Auteursrechtrichtlijn), moet het gaan om bereik van een ander publiek dan het door de oorspronkelijke mededeling van het werk beoogde publiek, in feite dus een nieuw publiek. De rechtbank oordeelt dat GeenStijl de fotoreportage heeft ontsloten voor een nieuw publiek, te weten de gemiddeld 230.000 dagelijkse bezoekers van haar website. Er was nog geen, hooguit een zeer klein, publiek dat kennis had genomen van de fotoreportage, aangezien deze op een paar foto’s na (uitgezonden door Pownews) nog niet was gepubliceerd of op andere wijze was ontsloten. Door het plaatsen van de hyperlink kon een vrij grote en onbepaalde kring van personen kennis nemen van de fotoreportage. Dit is een ander publiek dan dat waarop de auteursrechthebbende doelde toen deze toestemming verleende voor openbaarmaking van de fotoreportage.

27 juni 2012
Buma/Stemra wil linken naar radiostreams belasten

De website www.op.fm biedt links naar radiostations. Buma wil dat deze site een licentie afsluit om de muziek te mogen aanbieden.

nu.nl

13 januari 2012
Verenigd Koninkrijk – UK Court

Richard O’Dwyer (23) is eigenaar van site TVShack.net. Deze site bevat enkel links naar auteursrechtelijk beschermd materiaal. De engelse rechter oordeelt dat hij kan worden uitgeleverd aan de VS. pdf

O’Dwyer voerde aan dat het disproportioneel was om hem uit te leveren en in strijd zou zijn met art. 8 EVRM en art. 87(2) Extradition Act 2003.

2 november 2011
Rechtbank ‘s-Gravenhage (Edskes) – uitspraak – mediareport.nl – solv

Link naar door een derde aangeboden (vermeend) inbreukmakende software is geen openbaarmaking of verveelvoudiging in de zin van de Auteurswet en valt niet onder artikel 26d Auteurswet.

4.11 […] Edskes heeft door het plaatsen van een hyperlink volgens de rechtbank enkel de bewegwijzering beschikbaar gesteld naar de locatie van het bestand Real Alternative, waar het voor het publiek toegankelijk was. De feitelijke download vond dus plaats van de server van Freenet.

20 september 2011
Oostenrijk – Oberster Gerichtshof – uitspraak

?

11 juni 2010
Rechtbank Stockholm

Vordering afgewezen.

2 juni 2010
Rechtbank ‘s-Gravenhage (FTD/Eyeworks) – scribd

Geen hyperlink, maar slechts het noemen van de titel van het werk, is reeds een openbaarmaking!?

4.4. FTD betoogt dat zij niet openbaar maakt, omdat de auteursrechtelijk beschermde bestanden op geen enkel moment in haar macht zijn. De servers waarop de bestanden zijn opgeslagen worden niet door haar beheerd en zij heeft geen invloed op het downloaden door gebruikers, zo stelt zij. Wat daar ook van zij, naar voorlopig oordeel is niet relevant of de auteursrechtelijk beschermde bestanden op enig moment daadwerkelijk in de macht van FTD zijn. Veeleer is van belang of de handelwijze van FTD gebruikers in staat stelt auteursrechtelijk beschermde bestanden (eenvoudiger) te downloaden en zij daarmee die bestanden de facto ter beschikking stelt van het publiek. Dit is naar voorlopig oordeel het geval.

29 maart 2010
Verenigd Koninkrijk – High Court of Justice (20th Century Fox e.a. vs. Newzbin) – uitspraak

18 maart 2010
Hof van Justitie EU () – uitspraak

Beschikking n.a.v. Griekse prejudiciële vragen omdat SGAE/Rafael Hoteles nauwelijks gemotiveerd was.

7 december 2006
Hof van Justitie EU (SGAE/Rafel Hoteles) – uitspraak

46 Ook al vormt de loutere beschikbaarstelling van fysieke installaties, waarbij naast het hotel gewoonlijk ondernemingen zijn betrokken die in de verkoop of de verhuur van televisietoestellen zijn gespecialiseerd, als zodanig geen mededeling in de zin van richtlijn 2001/29, toch kan deze installatie de toegang van het publiek tot de uitgezonden werken technisch mogelijk maken. Indien het hotel door middel van de aldus beschikbaar gestelde televisietoestellen het signaal doorgeeft aan de gasten die in zijn kamers verblijven, gaat het derhalve om een mededeling aan het publiek, zonder dat behoeft te worden nagegaan, welke techniek van doorgifte van het signaal is gebruikt.

47 Bijgevolg moet op de eerste en de derde vraag worden geantwoord dat, ook al vormt de loutere beschikbaarstelling van fysieke installaties als zodanig geen mededeling in de zin van richtlijn 2001/29, het doorgeven van een signaal door middel van televisietoestellen door een hotel aan de gasten die in zijn kamers verblijven, ongeacht de gebruikte techniek van doorgifte van het signaal, een mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van deze richtlijn vormt.

Het Hof lijkt bij ‘loutere beschikbaarstelling van fysieke installaties’ (eerder) te denken aan ondernemening die tv’s verkopen/verhuren. Een hotel valt daar volgens het hof niet onder.

6 februari 2010
Verenigd Koninkrijk – U.K. Court Gloucester – pdf

Links vormen geen openbaarmaking
73. (…) In my judgement that is the position in which TV-Links can be said to be. They point the end users in the direction of web sites which ‘make available’ the material to the end user. TV-Links do not themselves make that material available. I am reinforced in my conclusion by the Australian case to which I have already referred. I adopt the comments of Tamberlin J as adapted to the facts of this case ‘I am not satisfied that [the defendant’s] website has ‘made available’ the … recordings within the meaning of that expression. It is the remote websites which make available the [films] and from which the digital … files are downloaded as a result of a request transmitted to the remote website.’

12 mei 2004
Rechtbank Haarlem (Zoekmp3.nl) – uitspraak

Geen primaire openbaarmaking:
6.10 Slotsom van het voorgaande is derhalve dat, nu zich op de server van Techno Design geen inbreukmakende mp3-bestanden bevinden, Techno Design die bestanden ook niet zelfstandig ter beschikking van de gebruikers van zoekmp3.nl stelt. Van een primaire openbaarmaking van die mp3-bestanden door Techno Design in de zin van de Auteurswet 1912 of de Wet op de naburige rechten is dan ook geen sprake.

Geen secundaire openbaarmaking:

6.11 Ook van secundaire openbaarmaking (gelijktijdige additionele openbaarmaking zoals doorgifte) van de inbreukmakende mp3-bestanden door Techno Design is in het onderhavige geding geen sprake. Zoals hierboven reeds werd overwogen, worden de mp3-bestanden die door de gebruikers van zoekmp3.nl worden afgespeeld en/of gedownload rechtstreeks van de individuele aanbieder van het bestand naar de gebruiker doorgegeven. De inbreukmakende mp3-bestanden worden derhalve niet door de server van Techno Design doorgegeven aan de gebruikers. De enige relevante handeling die Techno Design verricht, is dat zij aan gebruikers van zoekmp3.nl de URL’s aanwijst en opgeeft waar zich mp3-bestanden bevinden. Gebruikers van zoekmp3.nl worden derhalve enkel doorverwezen/doorgeleid naar sites waar die bestanden zijn te vinden. Het zijn vervolgens de gebruikers van zoekmp3.nl die met gebruikmaking van de gevonden link over het mp3-bestand kunnen beschikken voor het afspelen en/of het downloaden.
6.12 Uit de Richtlijn (EG) nr. 29/10 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij alsmede uit de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot aanpassing van de Auteurswet 1912, de Wet op de naburige rechten en de Databankenwet ter uitvoering van die richtlijn blijkt voorts dat de beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten om een openbaarmaking mogelijk te maken of te verrichten, op zichzelf geen openbaarmaking is in de zin van die richtlijn en de wet. Zoals hierboven reeds werd overwogen, exploiteert Techno Design een website waarmee gebruikers kunnen zoeken in haar database met links naar en informatie over mp3-bestanden en wordt daardoor het zoeken naar mp3-bestanden op het internet vereenvoudigd. Het aanbieden van deze faciliteiten is – gelet op de genoemde regelgeving – echter geen mededeling/openbaarmaking in de zin van de Auteurswet 1912 of de Wet op de naburige rechten. Ook van secundaire openbaarmaking is derhalve geen sprake.

30 oktober 2003
Rechtbank Leeuwarden (Batavus/Bikemotion) – uitspraak

Link is geen verveelvoudiging

17 juli 2003
Duitsland – Bundesgerichtshof (Paperboy) – uitspraak – noot R. Chavannes en W. Steenbruggen op ivir.nl (pdf)

Pagina 16:
Door een hyperlink wordt het werk niet verveelvoudigd. Een link is slechts een electronische koppeling van het bestand inhoudende de link met een ander op het internet geplaatst bestand. Eerst wanneer de gebruiker de link aanklikt, om dit bestand op te roepen, kan het tot een auteursrechtelijk relevevante verveelvoudiging komen:

Durch einen Hyperlink wird das Werk nicht im Sinne des § 16 UrhG vervielfältigt (vgl. Schricker/Loewenheim, Urheberrecht, 2. Aufl., § 16 Rdn. 22; Wiebe in Ernst/Vassilaki/Wiebe, Hyperlinks, 2002, Rdn. 29; Sosnitza, CR 2001, 693, 698; Plaß, WRP 2001, 195, 202). Ein Link ist lediglich eine elektronische Verknüpfung der den Link enthaltenden Datei mit einer anderen in das Internet eingestellten Datei. Erst wenn der Nutzer den Link anklickt, um diese Datei abzurufen, kann es zu einer urheberrechtlich relevanten Vervielfältigung – im Bereich des Nutzers – kommen.

Pagina 17:
Links geen inbreuk op Nutzungsrechte (gebruiksrechten voorbehouden aan de rechthebbende):

Ein Berechtigter, der ein urheberrechtlich geschütztes Werk ohne technische Schutzmaßnahmen im Internet öffentlich zugänglich macht, ermöglicht dadurch bereits selbst die Nutzungen, die ein Abrufender vornehmen kann. Es ist seine Entscheidung, ob er das Werk trotz der Möglichkeit, daß nach Abruf auch rechtswidrige Nutzungen vorgenommen werden, weiter zum Abruf bereithält. Es wird deshalb grundsätzlich kein urheberrechtlicher Störungszustand geschaffen, wenn der Zugang zu dem Werk durch das Setzen von Hyperlinks (auch in der Form von Deep-Links) erleichtert wird […].

Pagina 20:
Wie een hyperlink naar een door de rechthebbende openlijk toegankelijk gemaakte website met een auteursrechtelijk beschermd werk zet, begaat daarmee geen auteursrechtelijke gebruikshandeling, maar verwijst slechts naar dat werk in een wijze, die gebruikers de reeds geopende toegang verlicht:

Wer einen Hyperlink auf eine vom Berechtigten öffentlich zugänglich gemachte Webseite mit einem urheberrechtlich geschützten Werk setzt, begeht damit keine urheberrechtliche Nutzungshandlung, sondern verweist lediglich auf das Werk in einer Weise, die Nutzern den bereits eröffneten Zugang erleichtert.

De gedaagde houdt noch het beschermde werk zelf openlijk op afroep bereid, noch verschaft hij deze zelf op afroep (van/aan/via?) derden. Niet hij, maar degene, die het werk op het internet gezet heeft, beslist erover, of dat werk openbaar toegankelijk blijft:

Er hält weder das geschützte Werk selbst öffentlich zum Abruf bereit, noch übermittelt er dieses selbst auf Abruf an Dritte. Nicht er, sondern derjenige, der das Werk in das Internet gestellt hat, entscheidet darüber, ob das Werk der Öffentlichkeit zugänglich bleibt.

Onderstaande uitspraak is grotendeels bevestigd door het BGH.

27 oktober 2000
Duitsland – Oberlandesgericht Köln (Paperboy) – uitspraak

Links niet in strijd met auteursrecht, databankrecht, of recht van geoorloofde mededinging, danwel anderszins onrechtmatig. (Aanprijzing ‘Ihre persönliche Tageszeitung’ wel misleidend).

Geen auteursrecht inbreuk bij deeplink die direct verwijst naar het opgezochte artiken (en niet eerst naar de homepage verwijst).

50 Eine Verletzung von Urheberrechten der Klägerin liegt auch nicht darin, dass das Programm P. auf die beschriebene Weise im Wege des deep link nicht wie von dieser vorgesehen zunächst auf die Homepage der Klägerin, sondern sogleich und unmittelbar auf den ausgesuchten Beitrag verweist.
Het gaat om toelaatbare verveelvoudigingen. (eigen gebruik)
Denn es handelt sich dabei um gem. § 53 Abs.2 Ziff.4 a 2.Alt UrhG zulässige Vervielfältigungen. Der Nutzer von P. verwendet die bei dessen Betrieb entstehenden Vervielfältigungen der Beiträge zum eigenen Gebrauch, nämlich zu dem Zweck, deren journalistischen Inhalt zur Kenntnis zu nehmen, und gerade die Vervielfältigung einzelner Beiträge aus Zeitschriften und Zeitungen zum eigenen Gebrauch ist ihm nach der Vorschrift gestattet.

Onderstaande uitspraak is deels gewijzigd door het Oberlandesgericht Köln.

12 januari 2000
Duitsland – Landgericht Köln (Paperboy) – 28 O 347/99.

Links niet in strijd met auteursrecht of databankrecht, wel in strijd met eerlijke mededinging

es liege zwar keine Urheberrechtsverletzung, wohl aber unter dem Gesichtspunkt der sittenwidrigen Ausnutzung eines fremden Arbeitsergebnisses ein Verstoß gegen § 1 UWG vor.

22 maart 2002
Hoge Raad (El Cheapo) – CR 2002-3

20 april 2001
Denemarken High Court

Hyperlink is openbaarmaking

22 augustus 2000
Rechtbank Rotterdam (Kranten.com)

Link is geen verveelvoudiging.

Titellijst geen databank wegens ontbreken substantiële investering ex art. 1 lid 1 sub a Dw. Spin-off benadering.
De wijze waarop er door Kranten.com een overzicht wordt gegeven is zorgvuldig en niet in strijd met de in het maatschappelijk verkeer geldende regels

Informatierecht/AMI 2000-10, p. 207-210, m.nt. K.J. Koelman;
Mediaforum 2000-10, m.nt. T.W.F. Overdijk.

EU-US Privacy Shield (voorheen Safe Habor-verdrag)

Krachtens de Europese privacyrichtlijn uit 1998 was het verboden om persoonsgegevens door te geven aan een land buiten de EU indien dat land een ontoereikend beschermingsniveau bood. De Verenigde Staten is zo’n land.

Om toch persoonsgegevens naar de VS te kunnen exporteren, heeft de Europese Commissie in 2000 het Safe Harbor-verdrag gesloten met de VS. Amerikaanse organisaties die waren aangesloten bij het Safe Harbor Framework, werden gezien als organisaties die veilig omgingen met Europese persoonsgegevens.

Op 6 oktober 2015 heeft het Europese Hof van Justitie het Safe Harbor-verdrag echter ongeldig verklaard.

Hierop zijn onderhandeling over het nieuwe Privacy Schild in het leven geroepen.

De zorgen van de Europese privacywaakhonden hierover zijn ondanks echter ondanks aanpassingen nog niet weggenomen. Volgens hen ontbreekt nog immer een verzekering dat Amerikanen niet ongericht Europese persoonsgegevens kunnen verzamelen.

Wellicht enigszins cynisch, maar m.i. heeft de immense datastroom van persoonsgegevens vanuit de EU door bijvoorbeeld Facebook en Google geen dag stilgelegen na het vallen van Safe Harbor.

Yahoo bewaart verwijderde e-mails

Het richten van een website (Pammer en Alpenhof)

http://www.openaccessadvocate.nl/tijdschrift/tijdschrifteuropeesrecht/2011/2/NtER_1382-4120_2011_017_002_001/fullscreen

Gegevens vorderen bij inbreuk, oplichting, smaad, laster (IP-adres, NAW, marktplaats, eBay)

Facebook onderzoek (seks-filmpje werkendam)

25 juni 2015
Rechtbank Amsterdam – uitspraak

Een onbekend persoon heeft een Facebook-account aangemaakt op naam van een meisje uit Werkendam. Op deze Facebook-pagina heeft deze persoon vervolgens een seks-filmpje geplaatst waarbij het meisje seksuele handelingen verricht bij haar toenmalige vriendje. Op het filmpje zijn beiden minderjarig.

Middels een affidavit stelt Facebook dat de gebruiker van het account heeft verzocht het account te verwijderen en dat na een wachtperiode van 14 dagen Facebook de gegevens permanent heeft verwijderd.

De rechter oordeelt dat er een onafhankelijke onderzoeker moet komen.

Mark Hoekstra heeft voor diverse opsporingsdiensten gewerkt.

FB wil database enkel laten onderzoeken door O’Reilly die eerder voor FB heeft gewerkt

Opnieuw kort-geding. FB zet hakken in het zand.

Onderzoek onmogelijk uit te voeren door een buitenstaander. Technischer infrastructuur-expertise.

“FB heeft duidelijk geen zin in pottekijkers” aldus Peter R. de Vries.

Het lijkt er dus sterk op dat het onderzoek.

Er volgt een schikking waarin wordt besloten dat beide onderzoekers samen gaan werken, onder leiding van Hoekstra.

Hoekstra gaat eerst opzoek naar nieuwe aanknopingspunten cijfer telt om nog eens over de chat

In de database aan de hand van deze chat een IP-adres te achterhalen.

Half mei verschijnt rapport Hoekstra van 2 pagina’s. Het account is op 22 januari 2015 aangemaakt Universal time. Op 26 jan 2015 is het account verwijderd. Op 10 februari 2015 is het account door Facebook permanent verwijderd. Het account blijkt in de omgeving van Roosendaal te zijn aangemaakt.

Het gebruikte IP-adres was destijds in gebruik op 2 scholen. Dader wist van onenigheid slachtoffer en ‘Kimberly’.

De media heeft de achternaam van het slachtoffer gebruikt welke hier nu last van ondervindt. Bedrijf White Canvas probeert Google resultaten te verwijderen, onder meer middels Google-verzoeken op grond van ‘het recht om vergeten te worden’.

“Facebook heeft het betreffende IP-adres de media in geslingerd” aldus advocaat Van Vugt. Dat heeft onnodig dader-kennis verspreid. Van Vugt acht deze actie in strijd met de gemaakte afspraken.

Van Vugt: “Politie moet niet op Chantal wachten, politie moet actie ondernemen”.

Facebook moet gegevens verstrekken van de beheerders van Facebookgroepen waarop eiser als oplichter wordt bestempeld

11 mei 2016
Rechtbank Den Haag – uitspraak

Aanbieden internet (gratis wifi) leidt niet tot auteursrechtelijke aansprakelijkheid

16 maart 2016
Advocaat-Generaal Hof van Justitie EU – uitspraak

1.
De A-G acht op het aanbieden van gratis wifi de Richtlijn electronische handel van toepassing aangezien dit gezien kan worden als nevenactiviteit bij een economische hoofdactiviteit.

2.
Volgens de A-G verzet de Richtlijn zich tegen aansprakelijkheid van tussenpersonen.

3.
Wel kan volgens de A-G een verbod worden opgelegd indien dat:

  • doeltreffend, evenredig en afschrikkend is
  • erop gericht is een specifieke inbreuk te beëindigen of te voorkomen
  • geen algemene toezichtverplichting inhoudt
  • er een juist evenwicht wordt bewaard tussen de betrokken grondrechten (intellectuele-eigendomsrechten en vrijheid van ondernemerschap).

Beschrijvende woorden in handelsnaam/domeinnaam (Kleding.nl, Thuisbezorgd.nl)

4 januari 2011
Gerechtshof Amsterdam (kort geding) – uitspraak

Een concurrent van thuisbezorgd.nl registreerde domeinnamen als amsterdam-thuisbezorgd.nl en roti-thuisbezorgd.nl. Bezoekers worden gelijk doorgestuurd naar just-eat.nl. Thuisbezorgd.nl beroept zich op art. 5 Handelsnaamwet, en art. 6:162 Burgerlijk Wetboek (onrechtmatige daad).

Handelsnaamrecht

De voorzieningenrechter acht dat ‘thuisbezorgd.nl’ als handelsnaam gebruikt wordt. De domeinnamen van de concurrent worden echter niet als handelsnaam gebruikt, aangezien bezoekers gelijk worden doorgestuurd naar just-eat.nl.

Onrechtmatige daad

De rechtbank oordeelt dat sprake is van een onrechtmatige daad omdat de domeinnamen verwarring creëren. Het gebruiken van de gehele domeinnaam/handelsnaam van thuisbezorgd.nl wordt onrechtmatig geacht.

De rechtbank wijst de vordering toe; de domeinnamen dienen te worden overgedragen aan Thuisbezorgd.nl; ieder gebruik van de lettercombinatie thuisbezorgd.nl dient te worden gestaakt en Just-Eat dient opgave te doen van alle domeinnamen in haar bezit waarin de lettercombinatie thuisbezorgd.nl voorkomt.

Commentaar:

Thuisbezorgd is een beschrijvende term, zeker bij etenswaren. Dergelijke beschrijvende woorden worden wettelijk vrijgehouden van monopolisering. Nu wordt thuisbezorgd.nl een ongeoorloofde voordeelpositie toegeworpen. Voor de onderhavige domeinnamen bestaande uit werkwoorden en plaatsnamen behoort gewoon te gelden ‘Wie het eerst komt, wie het eerst maalt’.

Beschrijvende woorden in domeinnamen (theorieshop.nl versus theorie-winkel.nl)

29 maart 2009
Rechtbank Noord-Holland – uitspraak

Eisers gebruiken de domeinnaam www.theorieshop.nl voor hun onderneming. Deze onderneming wordt gedreven onder de handelsnaam Theorieshop.nl (let op de extra ‘.nl’).

Gedaagde gebruikt o.a. de domeinnaam www.theorie-winkel.nl.

Het zal u niet verbazen dat beide partijen theorielessen verkopen. Dat is echter precies het probleem van deze zaak.

De rechter oordeelt als volgt:

4.8. Voorop gesteld wordt dat zuiver beschrijvende elementen niet door middel van handelsnamen mogen worden gemonopoliseerd. Hoewel de woorden ‘theorie’ en ‘shop’ op zichzelf beschrijvend zijn, is de combinatie ervan in de gebruikte aanduiding ‘theorieshop’ niet (louter) beschrijvend. Anders dan [gedaagde] heeft betoogd, is onvoldoende aannemelijk geworden dat de aanduiding ‘theorieshop’ voor een handel in lesboeken voor het theorie-examen […] op vergelijkbare wijze is ingeburgerd als bijvoorbeeld de aanduiding ‘kledingwinkel’ voor een winkel waar kleding wordt verkocht. Daarom kan niet gezegd worden dat de aanduiding ‘theorieshop’ voor het in aanmerking komend publiek geen onderscheidend vermogen bezit. Weliswaar bevat de naam ‘theorieshop’ een element dat verwijst naar de activiteit van de onderneming van [eisers], maar dat element is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet zodanig beschrijvend dat de handelsnaam Theorieshop of de daarmee overeenstemmende domeinnaam theorieshop.nl geen bescherming zou toekomen. […]

Tot hier ben ik het geheel met de rechter eens. Dan oordeelt de rechter echter als volgt:

[…] Hooguit kan worden gezegd dat de aanduiding ‘theorieshop’ in de handels- en domeinnaam van [eisers] een associatie oproept met de door [eisers] (en [gedaagde]) verhandelde producten. Het desbetreffende verweer van [gedaagde] dient dan ook te worden verworpen.

Het oordeel van de rechter dat ‘theorieshop’ hooguit (nog) een associatie oproept met het verhandelde product, is mijns inzien grove understatement. Eisers hebben simpelweg de twee meest beschrijvende woorden van de betreffende markt samengevoegd tot een handelsnaam. Theorieshop is m.i. nog steeds zeer beschrijvend en het is eenieder volstrekt duidelijk dat er theorielessen worden verhandeld. Er dient ervoor te worden gewaakt dat men niet via een simpele samenvoeging alsnog volledig beschrijvende woorden monopoliseert.

Vervolgens vergelijkt de rechter beide handelsnamen:

4.9. […] Beide namen bestaan uit enerzijds het woord ‘theorie’ en anderzijds uit het woord ‘shop’ dan wel het in betekenis daarmee geheel overeenstemmende woord ‘winkel’. Het in toenemende mate voorkomen van woorden uit de Engelse taal in de Nederlandse taal, heeft ertoe geleid dat de woorden ‘shop’ en ‘winkel’ – met name op internet (zijnde het belangrijkste verkoopmedium van [eisers] en [gedaagde]) – door de gemiddelde consument in het Nederlands spraakgebruik als synoniemen zullen worden gezien. Daarom moet geoordeeld worden dat de handelsnamen van partijen in aanzienlijke mate met elkaar overeenstemmen.

Dat het gedaagde – net als eisers – vrij moet staan het woord ‘theorie’ te gebruiken, lijkt de rechter impliciet aan te nemen. Het is jammer dat de rechter hier niet expliciet over oordeelt. Wanneer eisers (middels een simpele samenvoeging) het woord ‘theorie’ zouden kunnen monopoliseren, zou dit tot een onoverkomelijk marktvoordeel leiden.

Voorts vergelijkt de rechter de woorden ‘shop’ en ‘winkel’. De betekenis van ‘shop’ en ‘winkel’ is inderdaad dezelfde. Echter, optisch en auditief stemmen ‘shop’ en ‘winkel’ geenszins overeen. (Ja, deze vergelijking komt uit het merkenrecht, maar kan m.i. prima worden toegepast in het handelsnaamrecht) Hier gaat de rechter – onterecht – aan voorbij. Bij een volledige vergelijking is de uitslag 2 tegen 1, en lijken ‘shop’ en ‘winkel’ voornamelijk niet op elkaar.

Dan komt de rechter terug op de associatie (met het verhandelde product, veroorzaakt door de beschrijvende woorden):

4.11 […] De hiervoor onder 4.8 genoemde associatie zal de handelsnaam Theorieshop voor [eisers] waardevol doen zijn. Om diezelfde reden zal het voor [gedaagde] aantrekkelijk zijn een handelsnaam te voeren die die associatie eveneens oproept. […] in welk geval [gedaagde] ongerechtvaardigd voordeel zou trekken uit de bekendheid die [eisers] als marktleider en houder van een handelsnaam die een voor het soort onderneming dat beide partijen voeren waardevolle associatie opwekt, heeft. […]

Het klopt dat een associatie met het verhandelde product waardevol is. De rechter lijkt deze waarde echter als indicatie vóór bescherming te zien. Onbegrijpelijk! De waardevolle associatie komt niet door (reclame)investeringen van eisers, maar omdat ‘theorieshop’ bestaat uit de twee meest beschrijvende woorden van de betreffende markt. Deze dienen door hun intrinsieke waarde juist gevrijwaard te blijven van monopolisering. De (waarde van de) associatie is dus een contra-indicatie voor bescherming.

Dan oordeelt de rechter als volgt:

4.11 […] Bij dit alles komt dat [gedaagde] bij het vinden van een nieuwe handelsnaam voor haar onderneming eenvoudig een geheel andere keuze had kunnen maken.

Ook deze conclusie is incorrect. Eisers hebben de twee meest beschrijvende woorden samengevoegd tot hun handelsnaam. Hierdoor genieten zij gratis een groot (markt)voordeel. Om niet achter te blijven in de markt kan gedaagde juist geen ‘geheel andere keuze’ maken, maar is gedwongen óók een handelsnaam op te bouwen uit beschrijvende woorden (van de betreffende markt). In casu is het woord ‘theorie’ zó waardevol dat het gedaagde dit wel moet opnemen om überhaupt te kunnen concurreren. Dit neemt de rechter gelukkig aan (wel helaas slechts impliciet). Het vervolgens toevoegen van een beschrijvend woord welke aangeeft wat er precies met het product moet gebeuren (huren, kopen, leasen), moet m.i. hetzelfde lot derven. De uiterst waardevolle (want beschrijvende) samenvoeging ‘theorieshop’ verdient door die gratis waarde juist nauwelijks bescherming. Die moet iedere marktdeelnemer zeer dicht kunnen naderen, want is daartoe welhaast verplicht.

Resumerend:

  • Theorieshop wekt niet slechts hooguit nog een associatie op (met het product), maar is nog steeds zeer beschrijvend. Het is domweg een samenvoeging van de 2 meest beschrijvende (dus meest waardevolle) woorden van de betreffende markt.
  • Gedaagde kon niet een geheel andere keuze maken, want is in het kader van een gezonde concurrentie welhaast gedwongen om voor de hand liggende beschrijvende woorden te gebruiken, indien anderen in de markt dit ook doen.
  • Gedaagde heeft reeds genoegzaam afstand genomen van eiser, want ‘-winkel’ wijkt af van ‘shop’ (zie uitslag hierboven; 2 tegen 1).

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén