Categorie: Privacyrecht

Uitzenden heimelijk gemaakte beelden huisjesmelker niet in strijd met AVG

Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Breda) kort geding – uitspraak

4.6 […] Blijkens de door Talpa overgelegde publicaties heeft [eiser sub 1] in zijn handelen als verhuurder een strafrechtelijke veroordeling opgelopen. De vermelding van die veroordeling in een aflevering over diens verhuurderschap merkt de voorzieningenrechter daarom aan als het simpelweg vermelden van een feit. Talpa verwerkt dat nieuwsfeit niet in een register of databank met persoonsgegevens over [eiser sub 1] , zodat artikel 10 van de AVG niet van toepassing is.

4.7. Videobeelden van de villa zonder vermelding van de straat en de gemeente waar de villa is gelegen, acht de voorzieningenrechter te onbepaald om aan te kunnen merken als persoonsgegevens. Dat wordt mogelijk anders wanneer die videobeelden worden getoond in combinatie met het noemen van [eiser sub 1] naam. In dat geval acht de voorzieningenrechter het tonen van beelden van de villa echter nog steeds niet in strijd met de AVG vanwege de exceptie voor journalistieke doeleinden, bedoeld in artikel 85 van de AVG en uitgewerkt in artikel 43 van de Uitvoeringswet AVG.

4.8. Uit voorgaande overwegingen volgt dat de argumenten van eisers niet slagen.

4.9. Tot slot moet de voorzieningenrechter een afweging maken tussen enerzijds de vrijheid van Talpa om programma’s te maken en anderzijds het recht van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] op bescherming van hun privacy. Zolang de journalistieke beginselen worden gerespecteerd, heeft Talpa ruimte om een programma te maken waarin meningen naar voren worden gebracht over [eiser sub 1] als verhuurder. Dat is niet anders wanneer het programma meer lijkt te zijn gemaakt om de amusementswaarde dan om de nieuwswaarde. [eiser sub 1] treedt onder eigen naam op als ondernemer. Hij is ervan op de hoogte gebracht dat er een televisieprogramma over hem wordt gemaakt en dat zijn villa in beeld komt. Tussen partijen is niet in geschil dat de villa voor [eiser sub 1] niet zijn woonadres is maar een kantooradres. Met zijn e-mailbericht van 21 januari 2018 heeft hij bij Talpa de indruk gewekt dat hij akkoord ging met de betreffende aflevering met de gemelde inhoud. Vervolgens heeft hij gedurende zes maanden niets ondernomen tegen (de uitzending van) die aflevering. Zijn belang bij het voorkomen van uitzending van die aflevering weegt daarom voor de voorzieningenrechter niet zwaarder dan het belang van Talpa bij uitzending ervan. Voor [eiser sub 2] is de gefilmde villa wel haar woonadres. Zij komt echter niet in beeld en zij wordt ook niet genoemd. Ook het adres van haar woning wordt niet genoemd. De voorzieningenrechter ziet daarom op voorhand geen aanleiding om de uitzending te verbieden.

Politie mag automatisch gescande kentekens 4 weken gaan bewaren (ANPR)

Sinds een aantal jaren wordt door de politie gebruikgemaakt van automatische kentekenherkenning, ook wel automatic numberplate recognition (ANPR) genoemd. Dit is een techniek waarbij met behulp van camera’s kentekens van voertuigen in het verkeer worden vastgelegd en langs geautomatiseerde weg worden vergeleken met kentekens van voertuigen die op naam staan van personen die bekend zijn bij de politie.

Automatische kentekenherkenning zou ook kunnen worden toegepast om op een later tijdstip in de vastgelegde gegevens terug te kunnen zoeken. Hierbij worden alle kentekens die een camera passeren – ongeacht of het gaat om hits – vastgelegd en bewaard. Indien later een misdrijf wordt ontdekt, kunnen de gegevens ten behoeve van de opsporing daarvan worden geraadpleegd.

Het wetsvoorstel voegt aan het Wetboek van Strafvordering een regeling toe die het mogelijk maakt om kentekengegevens van voertuigen zoals het kenteken, de locatie, het tijdstip en de foto van het voertuig, in een kentekenregister vast te leggen en te bewaren. Deze passagegegevens mogen binnen vier weken gebruikt worden bij de opsporing van een specifiek misdrijf en voor de aanhouding van voortvluchtige personen.

Het kenteken, de locatie en het tijdstip van de vastlegging, en de foto-opname van het voertuig kunnen worden bewaard gedurende een periode van vier weken na de datum van de vastlegging. 2. Het kenteken, de locatie en het tijdstip van vastlegging, en de foto-opname van het voertuig worden vier weken na de datum van vastlegging vernietigd.

OV-reisgegevens ingezien door DUO (OV-chipkaart Translink)

OV-chipkaartbedrijf Translink heeft dit jaar reisgegevens van studenten afgegeven aan DUO.

DUO verzocht om deze gegevens voor fraudeonderzoek naar studiebeurzen voor uitwonende studenten. Volgens Translink deed DUO “vijf à tien verzoeken per week”.

Volgens juristen van Translink is DUO een toezichthouder waardoor Translink wettelijk verplicht is de gegevens af te staan.

DUO beroept zich op de Algemene Wet Bestuursrecht. In mei ’17 oordeelde de Haagse rechtbank echter dat DUO artikel 8 EVRM had geschonden door reisgegevens in te zien.

Parkeergegevens

19 augustus 2014
Hof Den Bosch – kort geding – uitspraak

Het hof vernietigd onderstaand vonnis van de rechtbank.

26 november 2011
Rechtbank Oost-Brabant – kort geding – uitspraak

Belastingdienst vraagt met een beroep ex 53 AWR parkeergegevens op bij dienstverlener voor betaald parkeren. Vordering afgewezen in verband met bescherming priveleven ex 8 EVRM.

Het gebruik van de verzochte gegevens staat voor de Belastingdienst blijkens eigen zeggen ten dienst van de motorrijtuigenbelasting, de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (BPM), de belasting zware motorrijtuigen, de inkomstenbelasting, de loonbelasting, de vennootschapsbelasting en de omzetbelasting. Als dat alles ongeclausuleerd mogelijk is, lijkt de uitzondering van artikel 8 lid 2 EVRM veeleer als regel te worden gehanteerd en verdwijnt de hoofdregel van lid 1 uit het zicht.
In deze zaak staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het hiervoor genoemde ongelimiteerde karakter van de aan SMSParking gevraagde privacygevoelige volledige parkeerinformatie van haar klanten, in samenhang met het in algemene termen omschreven oogmerk van de Belastingdienst aan toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening in de weg. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat het door de Belastingdienst van SMSParking verlangde meewerken aan een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van alle klanten die in 2012 van haar diensten gebruik hebben gemaakt evenredig is aan het door de Belastingdienst nagestreefde doel en, in de termen van art. 8 EVRM, voldoet aan de noodzakelijkheidseis. Het verzoek in deze vorm gaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter in ieder geval te ver, beoordeeld binnen het spanningsveld tussen artikel 8 EVRM en de Wbp enerzijds en artikel 53 AWR anderzijds.

Filmen of fotograferen van mensen in het openbaar

Test

Filmen van de openbare weg met een beveiligingscamera (camera openbaar)

Steeds meer mensen monteren beveiligingscamera’s om zo een oogje in het zeil te houden. Wanneer deze zich aan de buitenzijde (van bijvoorbeeld een woning) bevinden, registreren deze vaak vrij permanent een gedeelte van de openbare weg. Hierdoor kunnen buren zich aangetast voelen in hun privacy. Hoe zit dit?

Artikel 441b Wetboek van Strafrecht leest als volgt:

Met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij die, gebruik makende van een daartoe aangebracht technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, van een persoon, aanwezig op een voor het publiek toegankelijke plaats, wederrechtelijk een afbeelding vervaardigt.

Aangebracht
De bepaling ziet enkel op aangebrachte camera’s. Een webcam achter het raam valt hier ook onder. Vrijwel de enige uitzondering is een camera die in de hand wordt gehouden.

Niet op duidelijke wijze kenbaar
Wanneer je duidelijk aangeeft dat er een camera hangt, ben je niet strafbaar volgens dit artikel.

Personen
De bepaling gaat alleen over het vastleggen van personen. Als je vanaf de 8e verdieping van een flatgebouw (zonder inzoomen) de openbare weg filmt, zullen de passanten nauwelijks meer herkenbaar zijn. In dat geval valt men niet onder deze bepaling.

Voor het publiek toegankelijke plaats
Dit begrip omvat naast de openbare weg, ook winkels en cafes e.d.

Whatsapp verwijdert berichten niet helemaal van smartphone bij verwijderen

Dit blijkt uit een onderzoek van Jonathan Zdziarski.

De ‘verwijderde’ gesprekken blijven onversleuteld achter op de smartphone. De encryptie die Whatsapp sinds kort gebruikt geldt namelijk alleen voor het versturen.

Schuldsanering biedt rechter geen ambtshalve mogelijkheid strafblad op te vragen

EU-US Privacy Shield (voorheen Safe Habor-verdrag)

Krachtens de Europese privacyrichtlijn uit 1998 was het verboden om persoonsgegevens door te geven aan een land buiten de EU indien dat land een ontoereikend beschermingsniveau bood. De Verenigde Staten is zo’n land.

Om toch persoonsgegevens naar de VS te kunnen exporteren, heeft de Europese Commissie in 2000 het Safe Harbor-verdrag gesloten met de VS. Amerikaanse organisaties die waren aangesloten bij het Safe Harbor Framework, werden gezien als organisaties die veilig omgingen met Europese persoonsgegevens.

Op 6 oktober 2015 heeft het Europese Hof van Justitie het Safe Harbor-verdrag echter ongeldig verklaard.

Hierop zijn onderhandeling over het nieuwe Privacy Schild in het leven geroepen.

De zorgen van de Europese privacywaakhonden hierover zijn ondanks echter ondanks aanpassingen nog niet weggenomen. Volgens hen ontbreekt nog immer een verzekering dat Amerikanen niet ongericht Europese persoonsgegevens kunnen verzamelen.

Wellicht enigszins cynisch, maar m.i. heeft de immense datastroom van persoonsgegevens vanuit de EU door bijvoorbeeld Facebook en Google geen dag stilgelegen na het vallen van Safe Harbor.

Yahoo bewaart verwijderde e-mails

Whatsapp stelt berichten niet te kunnen inzien wegens encryptie

Volgens WhatsApp kunnen gegevens niet aan de Braziliaanse overheid worden overhandigd, omdat berichten op de dienst zijn versleuteld en het bedrijf hier geen inzicht in heeft.

WhatsApp heeft zelf geen rekeningen in Brazilië, dus daarom besloot een rechter om tegoeden op de rekeningen van moederbedrijf Facebook te bevriezen.

AIVD wil encryptie Whatsapp beperken

Inkomensgegevens huurders moeten worden vernietigd

In februari 2016 oordeelde de Raad van State dat de belastingdienst zonder wettelijke basis inkomensgegevens van huurders had verstrekt aan verhuurders. De belastingdienst verstrekte in welke inkomenscategorie een persoon viel.

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft nu verzocht om vernietiging van de gegevens.

Ik hoop dat zorgvuldig zal worden gecontroleerd of deze gegevens daadwerkelijk worden vernietigd. Ik sluit echter niet uit dat de overheid het laat bij dit verzoek.

Identificatieplicht: toonplicht of draagplicht? (‘ID ligt thuis, wilt u even meelopen?’)

Tijdens het vaststellen van de Wet op de uitgebreide identificatieplicht is discussie gevoerd of het zou gaan om een draagplicht of een toonplicht. De term draagplicht wordt zo uitgelegd dat de politie daarbij mensen spontaan zou kunnen controleren op het bij zich hebben van het ID. Dat werd onwenselijk bevonden waarop werd bepaald dat het om een toonplicht zou gaan.

Bij een toonplicht – die expliciet geen draagplicht is – zou men echter kunnen menen dat wanneer de politie ID vordert, men de politie zou kunnen vragen even mee te lopen naar huis om het ID te tonen.

Dit idee werd versterkt doordat er vanaf 2005 t/m 2009 in de Aanwijzing uitbreiding identificatieplicht de volgende passage was opgenomen:

Er zijn gevallen denkbaar waarin weliswaar niet aan de toonplicht is voldaan, maar waarin het niet opportuun is om betrokkene te bestraffen, omdat toch aan het doel van de bevoegdheid – het vaststellen van de identiteit – is voldaan.

  • de gevallen waarin iemand het identiteitsdocument op het bureau laat langsbrengen.

De hoofdregel dient echter te zijn dat de norm gehandhaafd wordt. Er moet dus zeker geen recht op een coulante behandeling ontstaan, omdat anders op den duur de waarde van de identificatieplicht voor de rechtshandhaving wordt ondergraven. Degene die geen identiteitsbewijs bij zich draagt, neemt altijd het risico dat hij een boete krijgt opgelegd.

Vanaf 2010 is deze optie echter geschrapt uit de Aanwijzing.

Het gerechtshof in Den Haag maakte in februari 2013 ook korte metten met dat argument:

Uit de Memorie van Antwoord van de minister van justitie aan de Eerste Kamer, zoals deze staat weergegeven onder punt 18 van de pleitnotities, volgt niet dat in het geval de verdachte zijn identiteitsbewijs thuis heeft liggen, steeds van een politieambtenaar verwacht of zelfs geëist zou mogen worden dat hij de verdachte vergezelt naar zijn woonhuis.

De zaak betrof een joodse man welke wegens een verdenking van huiselijk geweld was aangehouden en meegenomen naar het politiebureau. Daar werd hij om zijn identificatie gevraagd. Die lag echter thuis.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat het openbaar ministerie heeft gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel, nu de verdachte aan de uitlatingen die de toenmalige minister van justitie (Donner) heeft gedaan bij de totstandkoming van de Wet uitbreiding identificatieplicht (WID) de gerechtvaardigde verwachtingen heeft ontleend en mogen ontlenen, dat vanuit opportuniteitsoverwegingen van vervolging van orthodoxe joden ter zake van artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht zou worden afgezien.

Hieronder enige interessante stukken uit de wetgeschiedenis bij de Wet op de identificatieplicht.

Memorie van Toelichting

Het zal voor de acceptatie goed zijn als de politie van de bevoegdheid gebruik maakt, indien daarvoor een redelijke aanleiding in het kader van haar taakuitoefening aanwezig is. Anderzijds gaat het te ver indien verlangd wordt dat ook voor de uitoefening van de controletaak door de politie altijd een concrete aanleiding, in de zin van een vermoeden van een strafbaar feit, aanwezig moet zijn.

Advies Raad van State en nader rapport

Het wetsvoorstel impliceert weliswaar een algemene draagplicht, maar deze kan niet in het algemeen worden geactiveerd door alle opsporingsambtenaren en toezichthouders op willekeurige tijdstippen.

24-03-2004 Voorlopig verslag

Het wetsvoorstel hinkt namelijk op twee gedachten: het verplicht de burger niet een identiteitsbewijs bij zich te hebben (geen draagplicht), maar verklaart hem wel strafbaar wanneer hij dit bewijs na een daartoe gerechtvaardigde vraag niet kan tonen. Hoe zit het dan met degene die de kaart niet bij zich heeft en die de politiebeambte of toezichthouder aanbiedt met hem mee naar zijn huis te lopen, op een redelijke afstand van de «plaats delict», waar hem de kaart alsnog getoond kan worden. Is die persoon in overtreding? Zo ja, waarom? Is de regering bereid ambtsinstructies te doen uitgaan, en de Kamer daaromtrent inzicht te verschaffen, alsmede over straffeloosheid indien het identiteitsbewijs alsnog binnen een redelijke termijn getoond wordt?

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén